VerkooptestDoe hier de gratis verkooptest van Zaleco Verkoop- en marketingtrainingen

Ben je goed in verkopen? Wil je dat graag weten? Of wil je weten hoe goed jouw medewerkers zijn in verkopen? Hieronder vind je een gratis, korte test voor verkopers die goederen of diensten verkopen aan andere bedrijven. Met deze verkooptest kun je bepalen hoe goed je bent in verkopen. Je vult het in en je krijgt direct de uitslag per mail. Als je in de retail werkzaam bent, is deze test niet geschikt. Wij zijn nog bezig om daarvoor een test te ontwikkelen. Wil je weten wanneer deze klaar is, laat dan even je gegevens achter op onze contactpagina, dan krijg je van ons een mailtje.

Procedure

De test bestaat uit 15 vragen met drie antwoordmogelijkheden. Vul eerst jouw naam, bedrijfsnaam en e-mailadres in. Daarna maak je de test. Onderaan de test vind je de knop ‘verzenden’. Als je daarop hebt gedrukt, krijg  je een mail met daarin de uitslag van de verkooptest en de antwoorden. Je naam, bedrijfsnaam en mailadres zullen nooit aan derden worden verstrekt en Zaleco zal ze nooit gebruiken om je na de test op enige manier te contacteren.

Vragen over de uitslag?

Mocht je willen weten waarom je bepaalde vragen niet goed beantwoord hebt, neem dan even contact met ons op.

Let op! Meerdere antwoorden lijken goed. Kies het beste antwoord.

 

Naam:
Bedrijfsnaam:
E-mailadres:

Vul hieronder de verkooptest in:

1. Je voert een telefoongesprek met een prospect. Deze laat merken dat hij geen belangstelling heeft voor jouw product. Wat doe je?
a. Je excuseert je voor het feit dat je hem stoorde en hangt op
b. Je somt nog een keer alle belangrijke voordelen voor de prospect op
c. Je vraagt wanneer jouw product wel interessant voor hem is

2. Waar draait het om in de verkoop?
a. Klanten en prospects benaderen en bezoeken
b. Klanten en prospects helpen in hun inkoopproces
c. Klanten en prospects overtuigen van het nut van jouw producten / diensten

3. Als een klant een bezwaar opwerpt, ga je er als volgt mee om:
a. Je bent blij dat de klant een bezwaar heeft en je vraagt de klant om zijn bezwaar toe te lichten
b. Je hebt er tijdens het gesprek voor gezorgd dat de klant geen bezwaren naar voren kan brengen
c. Je laat hem zien dat hij het verkeerd ziet en je discussieert met hem hoe het werkelijk zit

4. Je hebt een face-to-face verkoopgesprek met een medewerker van een bedrijf. Alle vragen van de klant komen aan bod en de medewerker lijkt overtuigd. Op het eind van het gesprek komt zijn leidinggevende erbij. Je geeft hem een hand en je stelt jezelf voor. Wat doe je daarna?
a. Je baalt, want je zat met de verkeerde persoon aan tafel, maar je maakt het gesprek met de medewerker af
b. Je maakt het gesprek met de medewerker af en probeert een afspraak met de leidinggevende te maken
c. Je vat kort samen wat er besproken is en stelt de leidinggevende de vraag of hij nog bepaalde vragen heeft

5. Je hebt de afgelopen dagen een lijst opgesteld met prospects die je deze ochtend gaat bellen. Nadat je de contactpersoon goedemorgen gewenst hebt en je jezelf voorgesteld hebt, wat ga je vervolgens doen in het telefonische acquisitiegesprek?
a. Je begint te vertellen waarvoor je belt
b. Je vertelt wat jouw bedrijf doet en wat jouw bedrijf voor de prospect kan betekenen
c. Je vraagt of het schikt en je stelt een vraag die van belang is voor de prospect

6. Je brengt een bezoek aan een prospect. Aan het einde van het gesprek vraagt hij of jullie korting geven voor grote partijen. Is deze klant bereid iets bij jou te gaan kopen?
a. Hoogstwaarschijnlijk wel
b. Hoogstwaarschijnlijk niet

7. In het gesprek met de klant gaat het op een gegeven moment over de prijs. De klant zegt: “Je bent te duur.” Wat doe jij?
a. Je geeft toe dat je producten duur zijn en je vertelt dat het product het geld waard is
b. Je vertelt dat je nog wat van de prijs af kunt doen
c. Je zegt: “Te duur?” en wacht op een reactie van de klant

8. Aan het einde van het gesprek met een klant heb je zojuist een prijs afgesproken. Wat doe je?
a. Je bedankt de klant voor de opdracht en vraagt of er nog vragen zijn
b. Je neemt met de klant nog de belangrijkste leveringsvoorwaarden door
c. Je vat nog eens samen wat er is afgesproken en neemt afscheid

9. Je had een interessant gesprek bij een klant waarmee jullie al lang een relatie hebben. Hij vraagt je een offerte te maken. Wat doe je?
a. Je bedankt de klant voor zijn interesse en je spreekt af een offerte op te sturen
b. Je maakt een afspraak om de offerte langs te brengen en door te nemen
c. Je maakt ter plekke een prijs en probeert de deal rond te krijgen

10. Je bent op gesprek bij een grote klant en hebt een gesprek met de directeur. Deze kijkt voortdurend op zijn horloge. Hoe ga je hiermee om?
a. Je vraagt of hij haast heeft, als dat zo is, geef je aan de hoofdpunten met hem door te willen nemen en de details met een medewerker af te ronden
b. Je ziet dat hij een duur en mooi horloge heeft en je negeert zijn nerveuze gedrag en gaat door met je verkoopverhaal
c. Waarschijnlijk heeft deze man haast. Dan kun je hem maar beter niet te lang ophouden. Je houdt je verhaal daarom kort

11. Je belt een prospect op. Je wenst hem goedemorgen, je stelt je keurig voor en je vraagt of het schikt. De klant reageert met: “Je krijgt van mij 5 minuten om je verhaal te doen.” Wat doe jij?
a. Je excuseert je en hangt op. Je besluit de prospect een andere keer terug te bellen
b. Je geeft aan dat het zonde zou zijn om jouw verhaal in 5 minuten te vertellen en vraagt wanneer een geschikter moment is om terug te bellen
c. Je laat je niet van de wijs brengen en vertelt jouw verhaal in hoofdlijnen

12. De klant brengt tijdens het gesprek een product / dienst van een concurrent ter sprake. Hij vraagt waarom hij voor jouw bedrijf zou moeten kiezen.
a. Je somt de voordelen van jouw product / dienst op en geeft daarmee aan waarom de klant met jou zaken zou moeten doen
b. Je vraagt: “Wat zijn voor u de belangrijkste criteria om met een leverancier in zee te gaan?”
c. Je zegt: “U kent het product / de dienst van onze concurrent goed. Wat zouden voor u redenen zijn om met ons zaken te gaan doen?”

13. Je hebt een aangenaam gesprek met een klant. Het gaat om een grote order. De klant heeft de bevoegdheden om een beslissing te nemen. Toch wil de klant maar geen besluit nemen. Wat ga je doen?
a. Je maakt een nieuwe afspraak, waarbij je een onafhankelijke deskundige meeneemt
b. Je neemt nog eens een keer alle redenen door waarom de klant jouw product / dienst zou moeten kopen
c. Je vraagt waarover de klant nog twijfelt

14. Je zit in een competitieve markt met veel aanbieders en overcapaciteit. Hoe ga je ervoor zorgen dat je toch je opdrachten binnenhaalt?
a. Je zorgt ervoor dat jouw prijzen de laagste in de markt zijn
b. Je zorgt ervoor dat afnemers vooral op relatie bij jou kopen
c. Je gaat je specialiseren in een klein gedeelte van de markt

15. Een klant heeft een, in jouw ogen, onterechte klacht over een geleverd product / dienst. Hoe ga je daarmee om.
a. Jullie hebben algemene verkoopvoorwaarden en die zijn voor dit soort situaties. Dus wijs je de klant daarop
b. Je vertelt dat je het vervelend vindt en vervolgens vertel je hem vriendelijk dat je hem niet verder kunt helpen gezien de verkoopvoorwaarden
c. Je negeert de verkoopvoorwaarden en je probeert, samen met de klant, een passende oplossing te vinden