Ga naar de inhoud

Geschiedenis van de telefoon

Geschiedenis van de telefoon

De telefoon is een apparaat dat is ontworpen om te communiceren op afstand met behulp van geluid. Het idee om elektromagnetische signalen te gebruiken om te communiceren dateert terug tot de 19e eeuw.
In 1860 is het de Duitser Johann Phillip Reiss die de telefoon ontdekt. Door zijn vroege overlijden, wordt zijn idee niet wijd bekend. De Italiaan Antoni Meucci herondekt daarop opnieuw de telefoon. Hij is echter niet kapitaalkrachtig genoeg om er patent op aan te vragen.
Het is in 1876 dat Alexander Graham Bell het eerste praktische telefoonsysteem ontwikkelde, patenteerde en er beroemd mee werd. Zo begon de geschiedenis van de telefoon.

Alexander Graham Bell

Op 10 maart 1876 spreekt Bell de legendarische zin uit: “Mr. Watson, come here. I want to see you.” Nog geen jaar later richt hij de Bell Telephone Company op.

Bell’s telefoonsysteem werkte door elektromagnetische signalen te gebruiken om de trillingen van de menselijke stem te versturen via een draad naar een andere telefoon. Dit was een belangrijke stap vooruit in de geschiedenis van de telecommunicatie, omdat het de mogelijkheid bood om te communiceren op afstand zonder te moeten schrijven of te telegraferen.

Eerste telefoongesprek in Nederland

Na de uitvinding van de vaste telefoon door Alexander Graham Bell in 1876, werden er in de jaren daarna steeds meer verbeteringen aangebracht aan het telefoonsysteem. In Nederland werd op 1 juni 1881 door de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) het eerste telefoonnet van Nederland geopend. Mejuffrouw M. Scholten is de telefoniste die het eerste telefoongesprek voert met de woorden “Ik verbind u door.” Er zijn dan 49 aansluitingen en telefoonnummers bestaan uit 2 of 3 cijfers.

PTT

In eerste instantie worden telefoonverbindingen gelegd via zogenaamde telefooncentrales. Daar zitten telefonisten die handmatig een verbinding maken. In 1892 wordt het eerste automatische telefoonsysteem geïntroduceerd. Dat maakt het mogelijk om op een gemakkelijkere manier gesprekken te voeren zonder dat een operator nodig was om de verbinding te leggen.

De eerste Nederlandse automatische telefooncentrale wordt in 1925 in Haarlem in gebruik genomen. In 1928 krijgt het Rijk het alleenrecht op telefonie. Daardoor ontstaat het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT).

Telefooncel

In de jaren 20 en 30 werd het telefoonnetwerk steeds verder uitgebreid, wat het voor steeds meer mensen mogelijk maakte om te bellen. Zo verschijnt in 1931 de eerste telefooncel op straat op het Valeriusplein in Amsterdam. Deze werkt op muntjes. In 1932 ontwerpt Leendert van der Vlugt de Rijkstelefooncel welke nog 50 jaar deel uit zal maken van het straatbeeld.

In de jaren 60 en 70 werden er nieuwe technologieën ontwikkeld, waaronder draadloze telefoons en het gebruik van satellieten om gesprekken over grote afstanden te voeren.

Vaste telefoon

In de beginfase van de telefoon zijn deze nog uitgevoerd in hout, hangen ze aan de wand en worden aangedreven met een slinger. Door te draaien aan de slinger wordt er verbinding gemaakt met de telefooncentrale. Later worden de huistelefoons van plaatstaal gemaakt.

In de jaren 60 verschijnen de eerste plastic huistelefoons. Deze zijn gemaakt van bakeliet en worden dan ook niet meer aan de wand gemonteerd, maar staan op een tafel in de gang. Ze hebben een draaischijf om het nummer te kiezen.

Vanaf de jaren 70 verhuist de telefoon naar de woonkamer en krijgen ze verschillende kleuren. Vanaf 1974 verschijnen ook de eerste telefoons met druktoetsen.

Met de komst van computerchips worden de mogelijkheden steeds uitgebreider. Zo zijn er vele verschillende soorten vaste telefoons op de markt, van traditionele vaste telefoons tot meer geavanceerde modellen met extra functies, zoals de mogelijkheid om nummers op te slaan, voicemail te gebruiken en oproepen te blokkeren. Ook zijn er vaste telefoons met internetverbinding, waarmee gebruikers kunnen internetten en andere online activiteiten kunnen uitvoeren via de telefoon.

Mobiele telefoon

Al in de jaren 70 was er een soort mobiel netwerk met mobiele telefoons. Echter dit werkte omslachtig en er konden maximaal 2.500 abonnees op worden aangesloten. In 1985 kwam er het NMT-450 netwerk. Dat telde maximaal 50.000 abonnees. Van 1992 tot en met 1998 kwam er het Kermit-netwerk van KPN. Dat was een semi-mobiel netwerk met 5.000 contactpunten. In de buurt van zo’n contactpunt kon de mobiele beller een gesprek voeren met een speciale telefoon: de Greenhopper (ook wel Kermit genaamd).

In 1994 start het GSM-netwerk. Daarmee kunnen niet alleen zakenmensen, binnenvaartschippers en beroepschauffeurs bellen, maar iedereen. Als op 9 januari Steve Jobs de eerste iPhone lanceert, betekent dat de definitieve doorbraak van de mobiele telefoon. Inmiddels is telefoneren al lang niet meer het belangrijkste dat gebruikers doen met hun mobieltje.

Gaat de vaste telefoon verdwijnen?

De vaste telefoon is nog steeds een populaire manier om te communiceren, hoewel het gebruik ervan in sommige delen van de wereld afneemt. Dit is vooral het geval in landen waar het gebruik van mobiele telefoons steeds wijdverbreider wordt.

Er zijn echter nog steeds vele redenen waarom mensen kiezen voor een vaste telefoon in plaats van een mobiele telefoon. Zo zijn vaste telefoons vaak goedkoper dan mobiele telefoons en hebben ze een langere batterijduur. Bovendien bieden vaste telefoons vaak betere geluidskwaliteit en zijn ze minder kwetsbaar voor storingen of interferentie.

Daarom is het onwaarschijnlijk dat de vaste telefoon helemaal zal verdwijnen. Het is echter wel waarschijnlijk dat het gebruik ervan zal afnemen naarmate steeds meer mensen overstappen op mobiele telefoons of andere vormen van communicatie, zoals internetbellen of berichtenapplicaties.

“Boze klanten of slecht nieuws brengen me van m’n stuk.”

Herken je dit? Wacht niet langer en zet vandaag nog de eerste stap! Schrijf je nu in voor de open training klantgericht telefoneren en ontdek hoe je professioneel en klantgericht telefoneert met klanten.

open training klantgericht telefoneren

“De training is leerzaam, leuk en goed verzorgd. prettig dat de training is opgedeeld in korte blokken van 50 minuten. Fijn dat er ruimte is voor een grap.” – Caroline

Dit artikel delen:

Rene van der Zaag

Rene van der Zaag

René van der Zaag is sinds 2008 werkzaam als expert en senior trainer op het gebied van klantcontact. Hij heeft sinds die tijd bij honderden organisaties trainingen verzorgd. Hij schrijft regelmatig blogartikelen over onderwerpen die aan de orde komen in onze trainingen.